Van Vleeschwaar

Geschiedenis van corned beef en de ontwikkeling van voedselconservering in de tijd van Napoleon.

Wat heeft Napoleon met corned beef te maken?

Een blikje corned beef en Napoleon Bonaparte lijken op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken te hebben. Toch kruisen hun verhalen elkaar als we teruggaan naar het einde van de achttiende eeuw. Niet omdat Napoleon corned beef heeft uitgevonden – dat bestond toen al – maar omdat zijn leger een belangrijke impuls gaf aan een nieuwe manier om voedsel langer te bewaren.

Een leger moet eten

Aan het einde van de achttiende eeuw voerde Frankrijk oorlog op verschillende plaatsen in Europa. Voor grote legers die lange tijd onderweg waren, was voedselvoorziening een belangrijk probleem. Zonder koelkasten of moderne verpakkingen waren verse producten maar beperkt houdbaar.

Daarom loofde de Franse overheid in 1795 een beloning van 12.000 Franse francs uit voor een methode waarmee grote hoeveelheden voedsel langer bewaard konden worden, zodat Franse troepen op land en zee van eten konden worden voorzien.

De Franse Nicolas Appert ging met die uitdaging aan de slag. Hij ontdekte dat voedsel veel langer houdbaar bleef wanneer het in goed afgesloten glazen flessen werd gedaan en vervolgens langdurig werd verhit. Waarom dat precies werkte, wist men toen nog niet. De rol van micro-organismen bij voedselbederf zou pas veel later wetenschappelijk worden verklaard.

Appert kreeg uiteindelijk de uitgeloofde beloning voor zijn conserveringsmethode. Zijn techniek wordt gezien als een belangrijke voorloper van het moderne wecken en inblikken.

En toen kwam het blik

Kort daarna ging de ontwikkeling verder. In 1810 werd in Engeland een methode gepatenteerd waarbij metalen verpakkingen werden gebruikt om voedsel te conserveren. Daarmee was een belangrijke stap gezet richting het conservenblik zoals we dat tegenwoordig kennen.

Voor legers en schepen was dat een uitkomst. Voedsel kon langer worden bewaard en over grotere afstanden worden vervoerd zonder afhankelijk te zijn van dagelijkse aanvoer van verse producten.

En daar komt vlees natuurlijk al snel om de hoek kijken.

Maar corned beef was er al

Corned beef zelf is ouder dan de uitvinding van het conservenblik. Al in de zeventiende eeuw werd in Ierland op grote schaal rundvlees met zout geconserveerd en geëxporteerd. De naam heeft overigens niets met maïs te maken. Het Engelse woord corn kon vroeger ook verwijzen naar kleine korrels. In dit geval ging het om de grove zoutkorrels waarmee het rundvlees werd behandeld.

Zouten was al eeuwenlang een belangrijke manier om vlees langer houdbaar te maken. Lang voordat er koelkasten bestonden, hielpen technieken als zouten, drogen, pekelen en roken mensen om vlees gedurende langere tijd te bewaren.

Corned beef werd onder andere geleverd aan legers, marines en overzeese gebieden. Het product paste daardoor goed bij een tijd waarin houdbaarheid en vervoerbaarheid minstens zo belangrijk waren als gemak.

Van zout naar blik

De innovatie die door Napoleons prijsvraag werd gestimuleerd, bood vervolgens nieuwe mogelijkheden. Niet alleen conserveren met zout, maar ook voedsel verhitten en luchtdicht verpakken maakte langdurige bewaring mogelijk.

Daarmee is de relatie tussen Napoleon en corned beef vooral een indirecte. Napoleon heeft het product niet bedacht en Nicolas Appert evenmin. Corned beef bestond al. Maar de zoektocht naar beter houdbaar voedsel voor het Franse leger droeg wel bij aan de ontwikkeling van conserveringstechnieken waarmee later allerlei voedingsmiddelen, waaronder vlees, in blik konden worden bewaard.

Dus: wat heeft Napoleon met corned beef te maken?

Meer dan je misschien denkt. Niet als uitvinder van het vleeswaar, maar als aanjager van een ontwikkeling die de manier waarop we voedsel bewaren voorgoed veranderde.