De Nederlandse vleeswarenindustrie is actief betrokken bij initiatieven om zowel de producten als de productieprocessen waar mogelijk verder te verduurzamen. Het duurzaamheidstreven wordt uitgedrukt in goede zorg voor: People, Profit en Planet. De balans tussen de 3 P’s is de basis voor continuïteit.
Nederlandse vleeswarenbedrijven zijn zich bewust van hun positie in de maatschappij en het belang van draagvlak in de samenleving voor de productie van duurzame voedingsmiddelen. De bedrijven zien het ook als hun eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid om deze zorg een belangrijke plek in het eigen ondernemingsbeleid te geven.

Dierenwelzijn

Om vleeswaren te maken wordt gebruik gemaakt van grondstoffen van dierlijke oorsprong. Mede hierdoor hebben bedrijven ook direct en indirect een verantwoordelijkheid voor het welzijn van dieren. Niet alleen de bedrijven zelf, maar ook consumenten als maatschappelijke organisaties stellen in toenemende mate eisen het welzijn van dieren. Hoewel de verantwoordelijkheid hiervoor in eerste instantie voor in de keten ligt (bij de veehouders en de slachterijen) gebruikt de vleeswarenindustrie haar marktkracht om gewenste ontwikkelingen op dit terrein extra te stimuleren.

Bewuste keuze

Consumenten hebben steeds meer de mogelijkheid om een bewuste keuze te maken bij de aankoop van vleeswaren. De verkoop van Nederlandse vleeswaren onder een duurzaamheidskeurmerk is in de eerste helft van 2017 verviervoudigd ten opzichte van het jaar ervoor. Na vlees is vleeswaren daarmee de een na grootste productcategorie als het gaat om verkopen van voedingsmiddelen onder een duurzaamheidslabel. Inmiddels valt een kwart van het assortiment vleeswaren in de supermarkten onder een keurmerk. De grootste groei vond plaats bij vleeswaren met Beter Leven 1 ster. Dit blijkt uit de periodieke Monitor Keurmerken Retail van IRi.

Energie

De Nederlandse vleeswarenindustrie heeft een meerjarenafspraak met de overheid gemaakt over een energie-efficiëntie verbetering van 30% te behalen in 2030 ten opzichte van 2008. Aanvullend wil de sector dat 20% van de gebruikte energie in 2030 uit duurzame bronnen is gewonnen. Deze afspraak is een vervolg op de eerdere meerjarenafspraak die al tot een aanzienlijke vermindering in het gebruik van energie in de sector heeft geleid.