Van oudsher is Nederland een echt vleeswarenland. In de oertijd werd vlees in lange smalle repen in de wind te drogen gehangen. Later hing men het vlees boven een vuurtje in de rook of werd het gebraden. Zo rond 1600 werden er nieuwe manieren ontwikkeld om vlees te bewerken en te zorgen voor een langere houdbaarheid. Deze technieken, zoals het pekelen of zouten van vlees, worden vandaag de dag nog steeds gebruikt. Het zout trekt in het vlees en ontrekt het vocht, waardoor vlees wel een jaar goed bleef. Zo namen zeelieden het in houten vaten mee de wereld over en werden er allerlei kruiden en specerijen aan toegevoegd. Er werden recepturen ontwikkeld en het bereiden van vleeswaren werd een ware ambacht. Nog steeds wordt er bij het produceren van vlees veel gebruik gemaakt van deze ambachtelijke recepturen!